Een korte geschiedenis van de portretkunst

Beste kunstliefhebber. We willen je graag een kort overzicht geven van de geschiedenis van het portretschilderen. Hierdoor hopen dat u nog meer van de portretkunst en de achtergrond kunt genieten. De hele wereldwijde geschiedenis van de portretkunst beschrijven is een beetje veelomvattend. Vandaar dat we ons beperken tot de westerse geschiedenis waarbij we de nadruk leggen op belangrijke momenten en stijlveranderingen. Veel leesplezier!

55 na Chr.

Door de eeuwen heen werden er in de westerse kunstgeschiedenis verschillende portretten gemaakt met verschillende stijlen, technieken en maten.Helaas hebben we maar één referentie waar we dit kunnen checken. De goed bewaard gebleven literatuur van Plinius de Oude (23-79 na Chr.) Hij schreef het toen bestaande wereldbeeld in 102 verschillende boeken, de Naturalis Historia,  waarvan er 37 bewaard zijn gebleven. Door zijn werk weten dat er destijds portretten werden gemaakt in de Griekse oudheid maar ook in de Romeinse tijd. Deze portretten zijn helaas niet bewaard gebleven op een enkele muurschildering na maar ze werden gemaakt door mannelijke én vrouwelijke kunstenaars.  Met de opgravingen in Pompeï en Herculaneum aan het einde van de 19e eeuw werden prachtige muurschildering portretten van de Romeinse middenklasse ontdekt. Door de lava en as waarmee ze waren bedekt, bleven ze voor bijna 2000 jaar goed bewaard. Op deze muurschildering zien we een stel met een papieren rol of een rotuls. Deze rol geeft aan dat de man was betrokken bij de publieke zaak of bij culturele werkzaamheden. Zij houdt een tablet vast wat haar opleiding en en afkomst benadrukt. Later werd hun echte beroepen en namen ontdekt. Onderzoekers denken dat dit de bakker Terentius Neo en zijn vrouw zijn. Andere onderzoekers suggereren dat hij juist een jurist was. De meningen verschillen hier dus over.

Terentius Neo and his wife - Pompeii, AD 55-79 - Mural painting - Museo Archeologico Nazionale, Naples
Terentius Neo and his wife - Pompeii, AD 55-79 - Mural painting - Museo Archeologico Nazionale, Naples

Terentius Neo en zijn vrouw.

Pompeii, 55-79 na Chr.

Muurschildering, 48 x 41.

Museo Archeologico Nazionale, Naples

200 na Chr.

Een van de best bewaarde schilderijen uit de kunstgeschiedenis zijn gevonden in Fayum, Egypte. Door het droge klimaat en het gebruik van de juiste techniek zijn deze portretten is een uitstekende conditie bewaard gebleven. De makers gebruikten bijenwas om de verfpigmenten op het hout te fixeren, encaustiek heet dit. De portretten werden vooral gemaakt om de overledene in de sarcofaag te kunnen herkennen en te gedenken. Later, door onbekende redenen werden de portretten van de sarcofagen afgehaald en op de muur van de grafkelders gehangen. Nog veel later diende deze portretten als voorbeeld voor de religieuze Byzantijnse iconen.

Portrait of Lady - Fayum coffin and portrait - AD 200-300
Portrait of Lady - Fayum coffin and portrait - AD 200-300

Fayum sarcofaag en portret.

200-300 na Chr.

Portret van een dame.

100-120 na Chr.

Lindehout, bladgoud en encaustiek.

Saqqara, Egypte.

985 na Chr.

In de geschiedenis van het portret was er een periode van terugval qua stijl en techniek. We weten het niet exact maar men denkt dat dit komt door de val van Rome en de oorlogen en plunderingen die hierna volgden. Dit duurde ongeveer van 410-1300. Portretten werden er niet of nauwelijks gemaakt. Hooguit in toegepaste vorm zoals versierde bijbels, privé-altaars of boek verluchtingen (versierde boeken). De opdrachtgevers werden vaak naast hun patroonheiligen afgebeeld. Monniken waren vaak de makers en de beschermers van deze kunst omdat ze niet werden aangevallen door plunderaars. Men kan de kloosters in Europa daarom ook wel beschouwen als de schatbewaarders van de westerse beschaving. Niet alleen kunst werd er bewaard maar ook belangrijke en zeldzame documenten en geschriften. Door het verlies aan technische kennis werden portretten grafischer en stijver weergegeven. Een platte achtergrond en een totaal gebrek aan realisme. Kunstenaars en opdrachtgevers wilde eerder ‘het hogere’ afbeelden. Het mooie bij dit portret is dat keizer Otto II was getrouwd met een Byzantijnse prinses. Vandaar de Byzantijnse invloeden in dit portret.

Meister des Registrum Gregorii. Emperor Otto II. Ca. 985.
Meister des Registrum Gregorii - Emperor Otto II - Ca. 985.

Meister des Registrum Gregorii.

Keizer Otto II.

Ca. 985.

Boek verluchting, perkament. 27 x 20 cm.

Musée Condé, Chantilly, France.

1395

Andere portretten die werden gemaakt aan het begin van de 15e eeuw waren de donor-portretten. Koningen of rijke edelen gaven opdracht om zichzelf met hun patroon of naam heiligen af te laten beelden. Vaak waren dit reisaltaren die werden gebruik tijdens een reis om te kunnen bidden. Dit was geen nieuw gegeven en gebeurde al eerder maar nu was de kwaliteit van het afgebeelde vele malen beter. Een van de beste voorbeelden is de Wilton Diptych. Dit reisaltaar laat ons koning Richard II zien die knielt voor de Heilige Maagd Maria en Christus. Zijn patroonheilige, Johannes de Doper, staat achter hem en beveelt de koning bij de Heilige Familie aan. De vraag is alleen: kan dit reisaltaar worden gezien als een portret of niet? De nadruk ligt immers meer op Maria en haar kind.

Wilton Diptych - 1395
Wilton Diptych - Artist Unknown - 1395 - National Gallery Londen

Wilton Diptych

1395-1399.

Tempera op paneel. 53 x 37 cm.

Artiest onbekend.

National Gallery Londen.

1434

Tijdens de renaissance ontstaan er verschillende portret soorten en stijlen. In Vlaanderen en Italië volgden kunstenaars allebei de natuur maar de benadering was verschillend. De Italiaanse kunstenaars legden meer de nadruk op het goddelijke, de ‘Natura Naturans.’  De Vlaamse kunstenaars legden meer de nadruk op de bestaande of gecreëerde wereld, de zogenaamde ‘Natura Naturata.’

Jan van Eyck (1390-1441) en Rogier van de Weyden maakten schitterende portretten van hele verschillende klanten. Een van de mooiste voorbeelden is het Arnolfini portret. Dit bruidsportret van de rijke Italiaanse handelaar en zijn aanstaande rouw is ook een van de eerste schilderijen die werden gemaakt met olieverf. Het heftook meer glans en reflectie dan ei tempera verf. Soms wordt er wel gedacht dat Van Eyck de uitvinden van de olieverf was maar dat is niet zo. Wel is hij de eerste die uitvond hoe je het beste met olieverf kon werken en dit fixeren / laten drogen. Dat zie je ook terug in een voor die tijd best brutale actie: hij zette zijn handtekening 0p het schilderij. ‘Jan van Eyck was hier,’ staat er dan ook. Het tekent het zelfbewustzijn van de kunstenaar die nog niet zo lang daarvoor zich ondergeschikt diende te maken aan de opdrachtgever.

Jan Van Eyck - Arnolfini Portrait - 1434
Jan Van Eyck - Arnolfini Portrait - 1434 - National Gallery London.

Jan van Eyck

Arnolfini portret.

1434.

Olieverf op paneel. 82 x 60 cm.

National Gallery Londen.

1503

Florentijnse en Venetiaanse schilders richtte zich meer op de creatieve kracht achter een portret: ‘Natura Naturans.’ Een geweldig voorbeeld is de Mona Lisa gemaakt door Leonardo da Vinci in 1503. In plaats van haar glashelder en hard neer te zetten zoals in tijd gebruikelijk was, maakte Leonardo een ‘rokerig’ of atmosferisch portret. Een totale stijlbreuk met de heersende stijl en daarom de moeite waard van het vermelden. Leonardo gaf de contouren van Mona Lisa en de kleding wat zachtere randen mee. Een noviteit was het mysterieuze landschap waar de wat rokerige stijl goed te zien is. Dat maakt dit schilderij, gecombineerd met een geheimzinnig lachje, expressieve houding en ogen, tot een van de meest iconische portretten van de westerse kunstgeschiedenis.

Leonardo da Vinci - Mona Lisa - 1503 - Louvre
Leonardo da Vinci - Mona Lisa - Oil on panel - 1503 - Louvre, Paris

Leonardo da Vinci.

Mona Lisa.

1503-06.

Olieverf op populierenhout. 77×53 cm.

Musée du Louvre, Parijs.

1537

Een van de beste portretschilders van de 16e eeuw was Hans Holbein de Jongere (1497-1543) die werd opgeleid door zijn vader. Hans reisde heel veel door Europa en kwam in Duitsland, Frankrijk en Italië waar hij natuurlijk verschillende dingen van leerde. Holbein was een zeer veelzijdige en technisch begaafde kunstenaar die met verschillende media werkte zoals juwelen en metaalwerk. Met de verspreiding van de Reformatie in Noord-Europa daalde de vraag naar religieuze afbeeldingen en hiermee zochten kunstenaars naar alternatief werk.

Holbein komt terecht aan het Engelse hof (1526-8 en 1532-43) en portretteert daar verschillende edelen en de koninklijke Tudor familie. De gelijkenis van deze beroemde Tudor koning is opvallend en een uitstekend voorbeeld van het kwaliteit van het werk van Hans Holbein jr. Het portret is monumentaal en heeft een bepaalde psycholigsche diepgang. Als je kijkt naar het portret kan je de koning bijna leren kennen of er tenminste een mening over zijn uitstraling geven. Holbein gebruikt hier een frontale pose maar de positie van de handen geven Henry VIII krachtige persoonlijkheid en ene majestueuze uitstraling.

Holbein the Younger - Portrait of Henry VIII, c. 1536. Oil and tempera on oak, Thyssen-Bornemisza Museum, Madrid.
Holbein the Younger - Portrait of Henry VIII, c. 1536. Oil and tempera on oak, Thyssen-Bornemisza Museum, Madrid.

Holbein de Jongere (1497-1543)

Henry VIII. 1537.

Olieverf op paneel. 28×20 cm.

Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid

1634

De beste voorbeelden van een ‘burger portret’ komen uit het Nederland in de gouden eeuw (1586-1702). Na de 80 jarige oorlog werd Nederland de eerste republiek na het Romeinse Rijk. Dat was ongekend, een land bestuurd door burgers zonder een vorst aan het hoofd. Voor een periode van meer dan 100 jar werd Nederland het centrum van de wereld met een booming economie en de eerste multinational te wereld: de VOC. Mede hierdoor ontstond er een gegoede middenklasse en werden handelaren ongelooflijk rijk.  Zij bestelde allemaal portretten bij schilders als Rembrandt, Frans Hals, Cornelis Verspronck, Jacob Jordaens, Anthony van Dyck, Jan Lievens vele anderen. Deze portretten van Marten en Oopjen zijn uitzonderlijk omdat ze een enorme rijkdom uitstralen en een koninklijk formaat hebben. Ze zijn afgebeeld met het fijnste zwarte zijde en prachtige schoenen en juwelen. Hiermee kan je een idee krijgen hoe rijk ze waren. De portretten werden in 2015 door Nederland en Frankrijk samen gekocht van Eric Baron de Rotschild voor het aardige bedrag van €160 miljoen. Ze worden nu gerestaureerd en hangen hierna afwisselend in het Louvre en het Rijksmuseum.

Rembrandt - Marten Soolmans & Oopjen Coppit
Rembrandt - Marten Soolmans & Oopjen Coppit - 1634 - Rijksmuseum & Louvre

Rembrandt van Rijn.

Marten Soolmans en Oopjen Coppit.

1634.

Olieverf op doek. 207,5 x 132 cm per portret.

Rijksmuseum, Amsterdam.

1779

In de 18e eeuw zijn er behoorlijk wat maatschappelijke invloeden op de kunst. Door de vorming van een grote middenklasse ontstond en een andere blik op de maatschappij. Daarnaast waren er veel wetenschappelijke ontdekkingen en ontwikkelingen die er voor zorgden dat het mensbeeld centraler kwam te staan. Het Amerikaanse idee: Alle mensen zijn gelijk stond haaks op het Europese Ancien Regime. Die laatsten geloofden dat zij waren uitverkoren en daartoe een taak op aarde hadden.

Een van de beste portretmakers uit die tijd kwam uit Engeland, Thomas Gainsborough. Hij specialiseerde zich vooral in stofuitdrukking op een zeer in het oog vallende manier. Gainsbourough ‘Blue Boy’ is een van meest beroemde en erkende portretten. Het is geschilderd met brede stroken en tegelijk met een heel dun laagje olieverf afgewerkt waardoor het kostuum glimmend wordt. Hij stond algemeen bekend als een schilder die veel aandacht besteedde aan kennis over de achtergrond onderwerpen die hij gebruikte in zijn schilderij.

Thomas Gainsborough - The Blue Boy
Thomas Gainsborough - The Blue Boy - 1770 - Huntington Art Collection, LA, USA.

Thomas Gainsborough.

The Blue Boy.

1779.

Olieverf op doek. 177 x 112 cm per portret.

Henry E. Huntington Art Gallery, San Marino, California. USA

1884

De grote ster op het gebied van portretkunst in de 19e eeuw was John Singer Sargent. Zijn ouders waren Amerikanen die door Europa heen trokken. Vandaar dat de jonge Sargent zijn opleiding genoot aan de Academia di Belle Arti in Florence, Italië. Later studeerde hij af bij Carolus Duran in Parijs. De manier waarop hij gezichten schilderde was zeer levendig met een jusit gevoel voor verhoudingen. De poses en kleding waren gelijk als die tijd in Parijs: theatraal. Zijn portretten hadden iets helder en toch ook mysterieus. Een innerlijk leven dat verborgen bleef achter een masker. Afstand tussen het gezicht, de pose en de ware aard van iemand maar ook een bepaalde losheid in zijn techniek. Dat kenmerkt het werk van Sargent en maakte hem tot een van de meest gevraagde en succesvolle schilders van zijn tijd. He tprotret van Madam X (Virginie Amélie Avegno Gautreau) veroorzaakte een schandaal op de Salon in Parijs vanwege te veel naaktheid in het portret. Waarschijnlijk ook omdat het geen opdracht was maar een vrijwillig poseren. Sargent beschouwde dit als een van zijn best werken aangezien er nog een (niet afgemaakte) kopie hang in het Tate Gallery, Londen.

John Singer Sargent - Madam X - 1883 - Metropolitan Museum of Art, NY.
John Singer Sargent - Madam X - Olieverf op doek - 1883 - Metropolitan Museum of Art, NY.

John Singer Sargent.

Madam X (Madame Pierre Gatreau) 1779.

Olieverf op doek. 243 x 143 cm per portret.

Metropolitan Museum of Art, NY.